
Dries, even starten met Solid, Useful en Refined. Wie introduceerde die termen voor het eerst?
“Als student-architect kom je in je eerste theorielessen al in contact met Vitruvius en zijn drieledige maatstaf firmitas (stevigheid), utilitas (bruikbaarheid) en venustas (schoonheid). Solid, Useful & Refined is DBG’s hedendaagse vertaling van die principes. Het is een knikje én een eerbetoon aan de ‘oervader’ van de architectuurtheorie.”
“Voortbouwen op de Vitruviaanse principes is voor DBG een logische stap. Toen dit bureau destijds werd opgericht, sijpelden die ideeën al door in onze visie - én op onze website. We worden er dus al lang door gegidst. Vandaag is het een soort tijdloze kwaliteitslat waar we al onze projecten aan aftoetsen.”
Wat betekenen die begrippen in een hedendaagse architecturale context?
"Vandaag interpreteren we die terminologie breder dan vroeger. Firmitas (solid) gaat bijvoorbeeld over stevigheid en stabiliteit. Maar ook de duurzaamheid, langetermijnbestendigheid en aanpasbaarheid van gebouwen is cruciaal en valt daaronder. Utilitas (useful) verruimt het begrip functionaliteit - een gebouw moet vandaag bijvoorbeeld niet enkel aangenaam zijn in gebruik, maar op zo veel mogelijk vlakken de ervaring van bezoekers en gebruikers verbeteren. Dan spreken we over licht, akoestiek, routing, enzovoort. Ook het laatste luik ‘venustas’ (refined) wordt vrijer opgevat dan vroeger. Het wordt niet meer getypeerd door een vast archetype van zuilen of vooraf gedefinieerde verhoudingen.”
“Slimme ingrepen in het ontwerp dienen telkens de drie waarden. Zo wordt een gebouw pas écht solid, useful én refined”
“De principes zijn sterk verbonden: zo kan een structureel element (solid) mee het ritme van een gebouw bepalen (refined) én functioneel (useful) zijn: een goed ontworpen gaanderij bijvoorbeeld. Idealiter dient een slimme ingreep de drie waarden samen. Daar gaan we voor.”
Kun je een voorbeeld geven van één à twee recente projecten waar jullie die drie kernwaarden netjes in elkaar doen vloeien?
“We ontwierpen een nieuw gebouw voor maatwerkbedrijf WAAK, waar veel passage is: dagelijks stromen zo’n 500 maatwerkers binnen en buiten voor groenonderhoud, schoonmaak, schilderwerken enzovoort. De gevel op zich is al een voorbeeld van die drieslag: een prachtige, rood getinte betonnen structuur (solid én refined) die tegelijkertijd fungeert als zonwering en gaanderij (useful). We creëerden er bovendien een gebouw met een aangenaam klimaat zónder dat er airconditioning nodig was, én met duidelijke circulatieroutes voor de medewerkers. Het resultaat van sterk denkwerk over heel wat expertises heen - dat start al in de ontwerpfase.”

Jullie pasten die denkwijze al toe op heel wat verschillende soorten gebouwen.
“Klopt. Van een kantoorgebouw tot een brouwerij, van een industriële werkplaats tot een transportterminal. Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld brandweerkazerne Bramier. Het is een rechttoe rechtaan langwerpig gebouw van 80 x 13 meter, zonder interne kolommen of draagstructuren, en volledig flexibel invulbaar (solid). Het gebouw fungeert als een buffer tussen een industriezone en een natuurgebied: inkepingen aan de natuurzijde creëren interne patio’s, waardoor je de natuur echt naar binnen brengt, wat de beleving voor werknemers en bezoekers versterkt (useful). De gevel is ten slotte verfijnd - we bouwden met prefabmethoden en kozen daarbij voor betonpanelen die met planken bekist zijn - ze zijn zwart gepigmenteerd en op elke naad hebben we een gebrande houten lat geplaatst die voor ritmiek zorgt in de gevel. Zo krijg je een gevel die veel verfijnder is (refined) dan een standaard industriebouw. Bij nieuwe opdrachten start de oefening telkens opnieuw - zo presenteren we élke klant een doordacht ontwerp dat de tand des tijds doorstaat.”

“We presenteren élke klant een doordacht ontwerp
dat de tand des tijds doorstaat.”
Opdrachtgevers kiezen voor DBG omdat jullie zowel het architectuurluik als het engineeringluik zoveel mogelijk in-house doen.
“Ook dat sluit aan bij Vitruvius. Hij had een holistische benadering van architectuur en techniek - de ‘ideale architect’ had volgens hem kennis van zo veel mogelijk disciplines. Dat sluit perfect aan bij de geïntegreerde aanpak van DBG. Door zowel het architecturale als het engineeringluik onder één dak te brengen, lossen we het overgrote deel van de vraagstukken in bouwprojecten intern op. We integreren de engineering vanaf de eerste schets, niet als een oplossing achteraf. Dat is echt een meerwaarde naar opdrachtgevers toe.”
Hoe plukken opdrachtgevers de vruchten van zo’n geïntegreerde aanpak?
“Je steekt vanaf het begin veel meer eenheid in een gebouw. Omdat we alle keuzes maken met het geheel in gedachten en niet per discipline (van licht en akoestiek tot technieken), worden constructies minder een ‘patchwork’ en meer één doordacht geheel. Als je de meeste expertise zelf in huis hebt, kun je snel schakelen - we kunnen gelijktijdig ontwerpen in plaats van sequentieel. Stabiliteit, technieken - ze sturen al vanaf het begin mee onze concepten - dat leidt tot logischere, economischere en beter gecoördineerde gebouwen.”

Welke problemen vermijd je door op die manier te werken?
“Je vermijdt dat je te weinig of te laat inzicht krijgt in ‘nevenstudies’ zoals stabiliteit, technieken, akoestiek,.. Al te vaak leidt dat gebrek aan inzicht tot onvoldoende geïntegreerde elementen, dure overspanningen of akoestische ingrepen achteraf.”
Kan een teveel aan specialisten leiden tot suboptimale gebouwen?
“Zeker en vast. Specialisten leveren hun werk, maar ijveren natuurlijk ook enkel voor hun eigen specialisatie. Elke specialist streeft zijn eigen deelaspect zo goed mogelijk na zonder rekening te houden met andere zaken. Als iedereen het maximum eist en niemand durft dat in vraag te stellen, kom je ofwel tot gebouwen waar je bij wijze van spreken in een Excel naast elke eis een vinkje kan zetten maar waar alle samenhang en architectuur zoek is, ofwel tot extreem dure gebouwen.”
Hoe kijken jullie naar de ‘toekomstwaarde’ van gebouwen?
“Een solide gebouw moet over 20, 30 of 100 jaar nog relevant zijn. De ruwbouw en structuur moeten meerdere invullingen toelaten - daar houden wij van in het begin rekening mee. Technieken en interieur zijn ‘vergankelijker’, maar het gebouw als geheel moet standhouden. Ook dat is ten slotte een onmisbaar DBG-principe.”





We combineren architecturale visie met realisme en maken zo het verschil, op papier én op de werf. We staan altijd klaar om die succesformule toe te passen op een nieuw project!