
Xavier en Dries, hoe kijken jullie naar de opkomst van ‘gestapelde’ industrie?
Xavier: “Het is een noodzaak geworden. We hebben klanten die zó gegroeid zijn dat hun terrein helemaal vol staat en er links noch rechts nog iets bij kan. Ook de voorschriften evolueren mee: waar je vroeger maar twintig meter hoog mocht bouwen, mag je vandaag, langs de autosnelweg bijvoorbeeld, soms tot veertig meter gaan. Dat creëert natuurlijk mogelijkheden.”
Dries: “Bij Plant T, een logistiek gebouw voor TVH, was dat de opdracht. TVH had aan de overkant van de weg een stuk bijkomende industriezone bekomen, en dat moest optimaal gebruikt worden. De maximale bouwhoogte is bijna volledig benut door de industriële activiteiten over vier bouwlagen te stapelen.”

Waar zitten de grootste uitdagingen als je in de hoogte bouwt?
Dries: “Grofweg op drie vlakken: de draagstructuur, de brandveiligheid en de logistieke flows. Neem bijvoorbeeld de structuur. Een logistieke bouwheer wil liefst zo weinig mogelijk kolommen, maar wil wél dat élke verdieping een belasting van één ton per vierkante meter aankan. Elke meter extra overspanning kost geld, dus is het zoeken naar een model dat betaalbaar is én de logistieke flows respecteert. Daar zijn we bij Plant T in geslaagd.”
Xavier: “Die flows zijn cruciaal. Vaak werkt een gespecialiseerd studiebureau die uit met de bouwheer. Vaak krijgen wij dan een plan met kleurvlakken en pijlen op ons bord, maar zonder één kolom erop. Aan ons om daar structuur in te brengen, en te bepalen waar de schaarse kolommen dan moeten komen. Het is belangrijk dat bedrijven een goed zicht hebben op hun (logistieke) werking als ze een gestapeld gebouw laten ontwerpen.”

Ook brandveiligheid halen jullie aan als cruciaal topic.
Dries: “Dat aspect wordt vaak onderschat. Hoe groot een brandcompartiment mag zijn, hangt onder meer af van de hoeveelheid brandbaar materiaal die erin wordt opgeslagen. Bij gestapelde industrie gelden strengere beperkingen dan bij een gebouw met slechts één bouwlaag. “Tussenvloeren verkleinen door de geldende reductiefactoren doorgaans de compartimentsoppervlakte die is toegestaan. Dankzij een degelijke brandlaststudie kon bij Plant T toch elke verdieping als één afzonderlijk brandcompartiment worden uitgevoerd.”
“Stapelen verkleint de brandcompartimenten die je mag maken. Dat moet je weten vóór je begint te tekenen.”
Bij Plant T kwam er nog een extra uitdaging bij: een passerelle over de openbare weg.
Dries: “Vanuit Plant T loopt een belangrijke goederenstroom naar WB3, het distributiecentrum aan de overkant van de straat. We hadden daar een rechtstreekse fysieke verbinding nodig. De goederen telkens met vrachtwagens de straat laten oversteken, zou niet efficiënt zijn. Bovendien vinden de logistieke activiteiten in beide gebouwen plaats op de verdieping. Een verbinding boven de weg was dus de meest logische oplossing.”

Wat maakte de bouw van die passerelle interessant?
Xavier: “Het is een vakwerkconstructie van 80 meter lang, 12 meter hoog en 6 meter breed. Ze loopt niet volledig rechtdoor, maar maakt een lichte knik. Die was nodig om niet over het perceel van de buren te lopen. Ook de steunpunten staan volledig op eigen grond.”
Dries: “Door het grote zijoppervlak vangt de passerelle veel wind. Vooral de manier waarop we die windkrachten via de steunpunten naar de funderingen afvoeren, was bepalend voor het ontwerp. De passerelle is bovendien erg efficiënt gebouwd: de vakwerkdelen werden maximaal vooraf gemonteerd en vervolgens in één weekend over de weg op hun plaats gehesen.”
Een passerelle over een openbare weg vraagt overleg met de stad, de wegbeheerder, nutsmaatschappijen, de verzekering,... Toch verliep het traject rond Plant T bijzonder vlot. De brug verhoogt de verkeersveiligheid op het terrein en vermijdt extra vrachtverkeer tussen de gebouwen. Kabels werden verlegd en brandpoorten kunnen de verbinding aan beide zijden afsluiten. Dankzij een goed samenspel tussen architectuur en engineering, én vroegtijdig overleg met alle betrokken partijen, zag deze veilige én esthetische oplossing het licht.

De passerelle is ook het meest zichtbare deel van het project.
Xavier: “Ze bepaalt écht het straatbeeld. Er is overwogen om ze dicht te maken in plaats van in glas, om budgettaire redenen. Maar dan rijd je onder een muur door. Vandaag is het écht een eyecatcher voor TVH. Met witte aluminium profielen legt ze bovendien de link met het kantoorgebouw dat we er enkele jaren eerder opleverden - dat zorgt voor eenheid op de site.”
“Natuurlijke ventilatie maakte een duur koelsysteem overbodig”
Dries: “Zo’n glazen brug warmt natuurlijk op, en vanuit de technieken kwam meteen de suggestie voor een koelsysteem. Wij hebben het met goede architectuur opgelost: onderaan kleppenregisters, bovenaan extractoren, zodat er een natuurlijke flow ontstaat. Frisser dan buiten wordt het niet, maar het is perfect doenbaar. Dat scheelt een grote investering én de exploitatiekost die daar elk jaar aan vasthangt.”

Het resultaat? Duidelijke, beter gecoördineerde bouwprojecten die minder vatbaar zijn voor vertragingen van buitenaf.
In een logistiek gebouw ligt de focus veelal op de goederen. Hoe maken jullie het ook aangenaam voor de mensen die er werken?
Xavier: “Een aantrekkelijke werkplek wordt steeds belangrijker, want het is voor veel bedrijven al moeilijk genoeg om nieuwe mensen aan te trekken. Aangename lokalen, daglicht, ramen,... daar mag je de ogen niet voor sluiten. Een voorbeeld: bij TVH werkten we het restaurant samen met onze interieurarchitect uit, en hebben we daar echt een gezellige plek van gemaakt. Vroeger werden mensen in lokalen zonder ramen ‘geduwd’ om snel te eten en weer aan het werk te gaan. Die tijd is voorbij. Bouwheren beseffen dat ze daarin moeten investeren - wie komt solliciteren, vergelijkt ook die zaken met andere bedrijven.”
Waarom is DBG ten slotte een logische partner voor dit type project?
Dries: “Het voordeel bij ons is dat een bouwproject van in het begin een samenspel is van engineering en architectuur. Dat merk je niet alleen aan de structuur, maar ook aan inventieve oplossingen. Nog een voorbeeld om af te sluiten: achteraan het gebouw zit een afvalzone waar op elk niveau afval naar beneden gedropt en automatisch geperst wordt. Om die containers vlot in en uit te krijgen, mocht er geen kolom staan - dus zit er over een opening van dertig meter een vakwerk in de gevel. Dat zijn slimme oplossingen die je bedenkt als je beide brillen tegelijk op hebt.”





We combineren architecturale visie met realisme en maken zo het verschil, op papier én op de werf. We staan altijd klaar om die succesformule toe te passen op een nieuw project!